Spreekbeurt

Spreekbeurt

Drop, een raadselachtig woord….

Het is een raadsel waar het woord ‘drop’ vandaan komt. Een goede vertaling in bijvoorbeeld het Frans, Duits of Engels is moeilijk. In Duitsland hebben ze het over ‘Lakritzen’, in Engeland over ‘liquorice’, in Italië over ‘liquiritia’ en in Frankrijk over ‘réglisse’. Echter smaken de snoepjes die bijvoorbeeld met liquorice worden aangeduid, lijken niet op drop. Net zo min als het woord dus. Wie hier in Nederland het product voor het eerst ‘drop’ is gaan noemen is dus onduidelijk.

Drop & buitenlanders

Buitenlanders zijn niet gewend aan drop en zullen hoogstwaarschijnlijk vreemd reageren bij het proeven van een dropje. Waarschijnlijk zullen zij er mee in zijn mond blijven zitten, pijnlijk kijkend, hun tong brandend aan de zoute smaak.

Of zijn wij zelf gek? Er wordt beweerd dat wij zo gek zijn op drop omdat ons land aan de kust ligt. Daarom zouden wij ook van allerlei andere zoutachtige dingen houden (haring!). Misschien is het waar, in Scandinavië wordt ten slotte ook nogal fanatiek drop gegeten en ook daar zijn ze op de zee gericht. Als je een denkbeeldige lijn trekt van Oostende over Maastricht naar Berlijn, kun je rustig zeggen dat daarboven drop wordt gegeten tot aan de noordpool toe. Merkwaardig is overigens dat de grondstoffen voor drop juist uit landen ónder die lijn komen en dat de belangrijkste grondstof voor onze drop de zoethoutwortel is.

Inmiddels begint de waardering voor drop, maar zeker in het buitenland, wat toe te nemen. Hollandse emigranten lieten en laten hun achtergebleven familieleden kilo’s nasturen. Op die manier is het buitenland in aanraking gekomen met drop. Maar het blijft verstandig om op reis een zakje mee te nemen.

Het vreemde is dat in Nederland niet vaststaat wat drop precies is. Er is geen wet of regel die bepaalt dat er zo en zoveel van een bepaalde stof in een snoepje moet zitten, voor het ‘dropje’ mag heten.

In een oud handschrift in het Sanskriet (360 n. Chr.) staat op berkenbast beschreven hoe Hindoes dikwijls van zoethout medicijnen vervaardigden. Bijvoorbeeld: ‘een man die zoethout met geklaarde boter en honing drinkt en daarna melk, en die zich van de omgang met vrouwen onthoudt, zal 100 jaar leven.’

In principe mogen allerlei soorten snoepjes drop worden genoemd. Maar de drop waarvan jullie onmiddellijk zeggen ‘ja, dat is drop, doe me daar nog maar een onsje van’, daarin zit zo ongeveer het volgende:

Van zoethout naar zoute drop

De basis van drop is de wortel van de zoethoutstruik. Zoethout is al eeuwen lang bekend. Niet omdat het zo lekker werd gevonden, maar vanwege de geneeskrachtige werking ervan. In het graf van Toetanchamon (1358 v. Chr.) werd bijvoorbeeld zoethout gevonden en in het Babylonische-Assyrische spijkerschrift (650 voor Chr.) wordt zoethout genoemd als geneesmiddel tegen hoest en infecties.

De oudste publicatie in het Nederlands over zoethout is te vinden in de middeleeuwse ‘natuurencyclopedie’ van Jacob Van Maerland ‘Der Naturen Bloeme’ (13e eeuw). Er staat dat zoethout aanbevolen wordt als middel tegen hoest en aandoeningen van de luchtwegen in het algemeen. In drop verwerkt zorgt zoethout voor de speciale dropsmaak. Om preciezer te zijn: de dropsmaak wordt veroorzaakt door een bepaalde stof in het zoethout – namelijk glycyrrhizine – die vijftig keer zoeter is dan kristalsuiker. De geur- en smaakstoffen die in zoethout zitten zijn dezelfde die in venkel en anijs voorkomen.

Arabische gom

Arabische gom is een soort hars die afkomstig is van de Acaciabomen uit de Soedan en de stroomgebieden van de Nijl en uit Senegal. Arabische gom maakt drop zo typisch ‘gommig’. Tijdens de oliecrisis in 1973 ontstond er een enorme schaarste aan Arabische gom. Daarom is de industrie in Nederland toen als een razende gaan zoeken naar iets dat als vervanging voor die gom zou kunnen dienen. Men ontdekte dat het ‘gommige’ ook kan worden verkregen door gemodificeerd zetmeel. Dat wordt tegenwoordig veel gebruikt omdat het aan de smaak niets afdoet en (ook na de oliecrisis) veel goedkoper is dan Arabische gom.

Andere ingrediënten

Suiker: Zo’n dertig tot zestig procent van het gewicht van een dropje.

Zout: Meestal salmiak, dat minder bloeddrukverhogend werkt dan het gewone keukenzout.

Kleurstof: Van nature is drop bruinig en wat doorzichtig. Met behulp van koolstof (een soort norit) of bijvoorbeeld caramel wordt drop donkerder gekleurd. Die kleurstoffen zijn geheel schadeloos voor de gezondheid.

Geur- en smaakstoffen: Er worden ook andere geur- en smaakstoffen toegevoegd aan drop, bijvoorbeeld laurier, menthol, anijs, eucalyptus en honing. De geur- en smaakstoffen die aan drop worden toegevoegd, kunnen worden verdeeld in natuurlijke, natuuridentieke en kunstmatige stoffen. De natuurlijke stoffen zijn stoffen die in de natuur voorkomen dus bijvoorbeeld eucalyptus. Natuuridentieke stoffen zijn stoffen die in een fabriek worden gemaakt, maar die wat betreft hun samenstelling precies gelijk zijn aan de natuurlijke stoffen. Kunstmatige stoffen worden ook in de fabriek gemaakt, maar in dit geval is de samenstelling anders dan die van natuurlijke stoffen. Binnen de EG gelden er bepaalde regels voor het gebruik van kleur- geur- en smaakstoffen. Als een stof is goedgekeurd voor gebruik, krijgt hij een zogenaamd E-nummer. Dat nummer is dan te vinden op de verpakking van de drop.

Zoethoutwortelstruik

De zoethoutwortelstruik groeit in subtropische streken. In Spanje, Italië, Griekenland, Turkije, Iran, Irak, de Kaukasus, Syrië en China. Het best groeien de planten langs een vochtige rivierbedding. Pas na vier jaar kunnen de wortels van een struik worden geoogst. Het oogsten gebeurt in oktober. De struik heeft dan al haar bladeren verloren en groeit niet meer verder tot de regenperiode in april van het volgende jaar. Dat oogsten is niet gemakkelijk want de wortels zitten soms wel vier meter in de grond. Ze worden heel voorzichtig opgegraven en er wordt altijd voor gezorgd dat er genoeg wortels aan de struik blijven zitten, zodat de struik gezond blijft en er de volgende jaren weer wortels geoogst kunnen worden. Als de wortels zijn opgegraven en ontward, leggen de boeren ze een paar dagen te drogen in de zon. Als ze dat niet zouden doen, gaan de wortels schimmelen. Gedroogd blijven de wortels een paar jaar goed. Daarna verkopen de boeren de wortels aan de fabriek. Daar worden de wortels in stukken gesneden en van vuil ontdaan. Vervolgens worden ze weer gedroogd, gerafeld en met water tot pulp gemaakt. De pulp wordt gefilterd en ingedikt. Dat ingedikte extract wordt in grote blokken gegoten, de ‘blokdrop’ 

Blokdrop op reis

Is er eenmaal blokdrop gevormd, dan kunnen de fabrikanten gaan exporteren, bijvoorbeeld naar Nederland. De blokdrop vormt het belangrijkste bestanddeel voor onze drop. Italiaanse boeren leggen tussen de stukken blokdrop dikwijls laurierbladen. Dat doen ze zodat de stukken niet aan elkaar plakken en omdat het aroma een lekkere smaak en geur aan de blokdrop toevoegt. Laurierdrop is dus niet, zoals je zou denken drop gemaakt van de laurierplant, maar bijna pure blokdrop.

Veruit het grootste gedeelte van de blokdrop gaat naar de Verenigde Staten, niet om er drop van te maken, maar voor de tabaksindustrie die er sigaretten mee ’saust’. Een ander deel van de blokdrop wordt gebruikt voor de farmaceutische industrie om bittere pillen zoeter te maken en een klein gedeelte om hoestdrankjes van te maken die een slijmoplossende werking hebben. Wanneer de blokdrop op de dropfabriek aankomt, zullen er nog bewerkingen volgend voordat er een dropje gemaakt kan worden, want de dropsmaak van de blokdrop is te overweldigend sterk om er echt van te kunnen genieten. De blokdrop moet voordat hij voor de productie van drop kan worden gebruikt eerst worden opgelost in water. Dat gebeurt in de fabriek.

Hoe wordt drop gemaakt

Fase 1: Extractie

Zoethout zorgt ervoor dat drop naar drop smaak. De wortels van de zoethoutstruik –afkomstig uit landen als China, Syrië, Iran, Griekenland, Italië en Spanje - worden voorzichtig uitgegraven, gedroogd, fijngemalen en ingekookt tot een dikke zoethoutpap. Deze wordt gefilterd en in bakken gegoten. De hard geworden blokken – blokdrop – zijn de basis voor vrijwel alle dropsoorten

Fase 2: Deeg makenIn de dropfabriek wordt de blokdrop in water opgelost. Hier worden verschillende ingrediënten zoals suiker, gelatine, glucosestroop, zetmeel en Arabische gom aan toegevoegd. Deze massa – het deeg – wordt computergestuurd op smaak gebracht en vervolgens in grote ketels gekookt (tot 135 graden) en via een dun buizenstelsel naar de gietmachines getransporteerd.

Fase 3: Gieten

Terwijl de vloeibare drop onderweg is naar de gietmachine, worden daar al platte bakken met ‘gietpoeder’ op een lopende band gezet. Met gipsen mallen worden in dit gietpoeder (gewoon zetmeel) vormen gedrukt. Van boerderijdrop of menthol-kruisdrop bijvoorbeeld. Je raadt het al: hierin gieten we de vloeibare drop. De volgegoten bakken worden opgestapeld en twee dagen in speciale kamers gedroogd.

Fase 4 Afwerken / Verpakken

De bakken met gedroogde drop worden nu omgekeerd. Het gietpoeder wordt gezuiverd en opnieuw gebruikt; de dropjes worden schoongeblazen en gaan op de volgende lopende band richting glanstrommels. Via trechters verdwijnen de glanzende dropjes in de weegmachine. Deze rekent precies uit hoeveel dropjes er in de zakjes komen. Uiteindelijk gaan de gevulde zakjes, pondsverpakkingen of rolletjes in kartonnen dozen naar de winkels.

De kwaliteit van een dropje

Hoe weet je nou zeker dat een dropje in orde is? In de fabriek is een afdeling – de kwaliteitsdienst – die zich uitsluitend bezighoudt met de controle van de dropjes. Vooraf worden de grondstoffen gecontroleerd, op bepaalde punten in het productieproces wordt de drop gecontroleerd en bij het vullen van de zakjes wordt het juiste gewicht gecontroleerd. Bovendien doen de mensen van de kwaliteitsdienst ook steeds steekproeven. Dat wil zeggen dat ze op willekeurige punten in de fabriek de drop bekijken en onderzoeken en beoordelen. Mocht er iets niet in orde zijn, dan kan zo’n controleur het hele productieproces stilzetten.

Er zijn honderden soorten dorp. Ze verschillen in vorm, in stevigheid, in smaak, in lengte, in kleur. Het vreemde is dat al die factoren van invloed zijn op hoe wij een dropje ervaren. Dat wil zeggen dat een langgerekt dropje anders smaakt dan een klein vierkant dropje, ook al is het recept van de twee dropjes precies gelijk.

Dropfabrikanten noemen dat ’smaakbeleving’. Juist doordat al die dingen zo’n belangrijke rol spelen, kunnen dropfabrikanten eindeloos variëren en combineren en steeds nieuwe dropjes bedenken. Het is natuurlijk een hele kunst om te bedenken welke smaken op een bepaald moment waarschijnlijk populair zullen worden. In Nederland lijkt het wel alsof onze gemeenschappelijke smaak voor drop steeds zoeter wordt. Maar tegelijkertijd zijn er ook steeds meer mensen die vallen voor dropjes die je als het ware een klap in je gezicht geven van de zoutigheid.

Dorst? Neem een dropje …

Drop is niet alleen lekker, het is ook erg prettig bij bepaalde kwaaltjes, zoals keelpijn en hoest. Napoleon gaf zijn manschappen drop tegen de dorst en je hebt vast zelf ook wel eens in het midden van de zomer in de bloedhitte trek gekregen in die typische zoute drop. Sommige mensen geloven dat drop maagpijn kan verminderen, maar bewezen is dat nooit. Te veel drop eten is niet verstandig. Eén van de gevolgen van erg veel drop eten kan zijn dat jouw bloeddruk hoger wordt. Dat komt niet door het zout in de drop, zoals veel mensen denken, maar door het glycyrrhizinezuur dat in het zoethout zit. Wil je problemen van drop ondervinden, dan moet je er gedurende een lange periode echt wel heel veel van eten, namelijk meerdere kilo’s per week.

Drop in getallen

Nederland is een echt dropland. Zowel kinderen als volwassenen houden van drop. Bijna iedereen heeft drop in huis en neemt het mee op reis. Overal in ons land kun je dan ook drop kopen: in de supermarkt, bij de drogist/apotheek, op de markt, de benzinepomp, supermarkten en warenhuizen, maar ook bij tabakszaken, snackbars, café’s, kantines, bioscopen en bij speciale drop-shops. Op meer dan 80.000 verkooppunten kun je in Nederland drop kopen In ons landje wordt er zo’n 30 miljoen kilogram drop per jaar verkocht (consumentenwaarde ca. 150 miljoen euro). Dit is ongeveer 2 kg per hoofd van debevolking. Binnen het Nederlandse suikerwerksegment neemt drop met 27,5% de tweedeplaats in. Snoep (38%) wordt het meest gegeten, kauwgum heeft een aandeel van 18%,pepermunt 12% en keelverzorgers 8%. Venco is één van de grootste dropproducenten van Nederland.

Voor elk wat wils

De meest populaire dropjes van dit moment zijn in willekeurige volgorde o.a.: Schoolkrijt, Muntendrop, Honingdrop, Mintnopjes, Katjesdrop, Engelse Drop, Bielzen, Salmiakrondo’s, Mentholkruisdrop, Dubbelzoute drop, DropFruitduo’s, Boerderijdrop, Droptoefjes, Jujubes, Griotten.